Perrin, M. (2007). Gated Community as a postmodern utopia. In het kader van het congres ‘Private Urban Governance and Gated Communities’ (5-8 juni 2007, Parijs). [15/11/2007, www.staff.uni-mainz.de/glasze/Abstracts_papers_paris_2007/Perrin.pdf ]

 

 

Perrin onderzoekt de overeenkomsten tussen het moderne utopia en de hedendaagse gated communities. Hij ontdekt dat het utopia en de gated community eenzelfde kenmerken hebben, hoewel ze niet altijd evensterk geprofileerd zijn in beide. Ten eerste zijn zowel utopia als gated community afgesloten van de buitenwereld. De afsluiting van het utopia garandeert de eenheid en de (utopische) manier van leven. Dit kenmerkt de gated community ook (hoewel ze in mindere mate afgesloten is). Een tweede gemeenschappelijk kenmerk is de homogeniteit van de bewoners en de bewoonde ruimte. In utopia lijkt iedereen op elkaar, net zoals alle voorwerpen op elkaar lijken. In een gated community kunnen de ‘huisregels’ een (sociaal of raciaal) homogene bevolking garanderen. Daarbovenop schrijven zij vaak voor hoe de huizen, tuinen, etc er moeten uitzien. Een derde kenmerk zijn dan ook de strikte regels. In het utopia zijn die regels het gevolg van een grote sociale controle. In de gated communities zijn de hiervoor genoemde huisregels vaak enorm strikt aangaande bezoek en andere sociale activiteiten. Ten vierde wordt in het utopia harmonie gezien als een gevolg van de geometrische architectuur. Volgens Perrin kan de zoektocht naar harmonie de beweegredene zijn van het bewonen van een gated community. Het vijfde aspect is de tijdloosheid die zowel in utopia als gesloten gemeenschappen heerst. Tijdloosheid slaagt zowel op tijd, de ruimtelijke ordening als op de homogeniteit van de bewoners. Niets verandert en verandering wordt ook niet aanvaard. Voornamelijk dit laatste wordt niet geapprecieerd in gesloten gemeenschappen. Een zesde en laatste kenmerk is het feit dat gated communities en het utopia de antithesis van de werkelijke wereld zijn. Volgens Perrin is dit kenmerk zelfs de essentie van het utopia. De echte wereld is chaotisch, veranderlijk en heterogeen, terwijl het utopia tijdloos, ordelijk en homogeen is. Ditzelfde idee speelt ook mee in de gesloten gemeenschappen.

Het utopia en de gated communities worden dus door dezelfde eigenschappen gekenmerkt. Het utopia is echter niet enkel een verzameling kenmerken, het is ook een manier van denken. Volgens Roger Mucchielli (Le mythe de la cité idéale) zoekt de utopiër macht en vrijheid. Meestal gaat het om mensen die zich machteloos voelen in de bestaande wereld. Daardoor zoeken ze plekken buiten de samenleving om te ageren. In utopia is alles onder controle: er bestaan geen risico’s of afwijkingen omdat men volledige macht heeft over de omgeving. Desgevolgend zouden de bewoners van gesloten gemeenschappen ook op zoek zijn naar controle. Dit is waar het schoentje knelt. Volgens Karl Mannheim (Ideology and Utopia) en Paul Riceour (Lectures on Ideology and Utopia) wil het utopia de legitimiteit en ideologie van de bestaande wereld in vraag stellen. Utopia is “the way of thinking of powerless people”. Het probleem hiermee is dat de bewoners van gated communities veelal begoede mensen zijn, de elite. Men zou denken dat de elite controle heeft over de gemeenschap, zich dus niet machteloos voelt en daardoor geen nood heeft om zich af te zonderen in controleerbare ruimten zoals de gated communities. Hoe kunnen, met andere woorden, de gesloten gemeenschappen een “resistance to ideology” zijn?

Hier introduceert Perrin het concept van spatiële omkering. Hij argumenteert dat er een sociale en (hierop volgend) spatiële omkering heeft plaatsgevonden als gevolg van de democratisering van onze leefwereld. Perrin onderscheidt drie fases. In de eerste fase domineren de elites de sociale leefwereld en de publieke sfeer. Elites en non-elites leven dicht bij elkaar (dit is vaak het gevolg van economische inter-afhankelijkheid). In een tweede fase vrezen de elites de machtstoename van andere sociale groepen (maw, ze vrezen het verlies van hun eigen macht). In deze fase gebruiken de elites de wetten en officiële instellingen om de niet-elites en ongewenste groeperingen buiten te houden. Met andere woorden, de elite blijft in het centrum wonen terwijl ze de niet-elite verbannen naar de periferie. Tussen deze en de derde fase speelt zich een sociale en spatiële omkering plaats. De sociale omkering is het gevolg van de machtstoename van de niet-elites (bvb. civil society) en het machtsverlies van de elites (maw: democratisering). In de derde fase zijn de elites minder machtig dan voorheen. Als een gevolg hiervan vrezen ze de desintegratie van de samenleving. De elites zijn nu hervallen tot het gebruik van de private sfeer (de woning, bij uitbreiding de buurt) om ongewenste groeperingen buiten te houden. Daardoor beginnen ze zich te groeperen in gesloten gemeenschappen, exclusieve steden (Monacco, Abu Dabi,…), etc. De elite verhuist dus naar de periferie, de niet-elite naar het centrum.

 

Perrin’s artikel is op verschillende manieren interessant. Ten eerste gaat hij op een systematische wijze de gelijkenissen en verschillen tussen de moderne utopias en de postmoderne gesloten gemeenschappen na. Ten tweede brengt hij een onverwachte tegenstrijdigheid aan. Zijn argumentatie dat het moderne idee van utopia ideologisch niet overeenkomt met het huidige concept vond ik verrassend. Ten derde levert het een mogelijk inzicht in de beweeg- en ontstaansredenen van gated communities en exclusieve projecten als The Palm Island of The World in Dubai. Misschien speelt een veiligheidsfactor mee in de aantrekkingskracht van zulke omgevingen? Mogelijk ligt een drang naar controle en een gevoel van machteloosheid aan de basis. Er is misschien meer aan de hand dan een verlangen om ‘onder gelijken te zijn’ of een liefde voor exclusieve resorts?

In Abu Dabi bestaan er bijvoorbeeld drie soorten gated communities die allen onder de hoedanigheid van de overheid bestaan. Een eerste soort is ontworpen voor de buitenlandse arbeiders. Een tweede soort voor de lokale bevolking. Een derde is gemaakt voor de ex-pats. De bewoners van elke gated community hebben geen toegang tot de andere gemeenschappen. Wat is de beweegredene van de overheid voor deze sociale en spatiële organisatie van de verschillende groepen? Ligt angst voor een wederzijdse beïnvloeding (en zo dus een mogelijke in vraag stelling van het huidige systeem) aan de basis van de strict afgescheiden leefwerelden of net niet? Waarom wil een overheid groepen ruimtelijk en sociaal van elkaar scheiden?

De gated communities van Abu Dabi zijn duidelijk afgelijnd: ze zijn omgeven door een muur en ze hebben een poort door dewelke het contact met de buitenwereld gecontroleerd wordt. Ik zou argumenteren dat plekken als Dubai of Monacco ook gated communities zijn. Ze zijn misschien niet omgeven door muren, maar ze sluiten wel hele bevolkingsgroepen uit ten gunste van de gegoeden. Exclusiviteit is, met andere woorden, ook een vorm van uitsluiting. Enkel de superrijken kunnen zich een eiland in The World veroorloven en enkel de rijken kunnen zich de levensstijl veroorloven die in Monacco courant is.

Een laatste puntje gaat over de laatste fase van Perrin’s hypothese. Volgens hem verhuist de elite naar de periferie, terwijl de niet-elite haar plaats in het centrum opneemt. Dit is echter niet helemaal correct (meer). In steden als New York, Londen en Parijs zijn de duurste buurten nog steeds (of terug) in het centrum gelegen. Economische elites leven er dus niet in de periferie, maar in het centrum. De vraag is dan of er een vierde fase aangebroken is (maar wat is er de oorzaak van?) of of het om uitzonderingen gaat (en wat betekenen ze dan voor Perrin’s theorie?).